Page content

article content

Experts in Beeld: EMVI-specialist Stephana en haar liefde voor utiliteitsbouw

Experts in Beeld: EMVI-specialist Stephana en haar liefde voor utiliteitsbouw
In de twee jaar tijd dat Stephana Verswijveren (26) bij ITC Groep werkt, heeft zij een ware liefde voor de utiliteitsbouw ontwikkeld. En de liefde blijkt wederzijds, want een aantal grote utiliteitstenders hebben het succes mede aan haar te danken. Om een stap dichter bij het geheim van de smid te komen, interviewden we Stephana over haar visie op deze sector.

Voor degenen die er nog niet bekend mee zijn; wat is utiliteitsbouw?
“Dat is alle bouw die niet bestemd is om in te wonen, maar wel een andere belangrijke functie kan hebben. Denk aan onderwijs, garages, ziekenhuizen of sportgebouwen.”

Kan je kort omschrijven wat ITC Groep allemaal doet in de utiliteitsbouw?
“We helpen aannemers bij de aanbesteding, vooral met het kwaliteitsdeel. Onze projectleiders coördineren dat deel van de tender, onze planschrijvers schrijven het plan van aanpak en het designteam maakt het mooi op. Uiteraard in samenwerking met de aannemer. En als het project gewonnen is, helpen we ook in de uitvoering. Zo doen we bijvoorbeeld omgevingsmanagement en EMVI-checks. Maar dat doen we ook in de infra, hoor! In de utiliteit hebben we tenders gedaan voor de bouw van scholen, parkeergarages, gemeentehuizen, universiteiten, sporthallen, evenementenhallen, distributiecentra en luchthaventerminals.”

Waarom vind jij utiliteit zo interessant?
“Letterlijk en figuurlijk het constructief bezig zijn. Je bouwt echt iets van nul op. En het heeft wel een soort charisma, een stukje beleving en een stukje trots. Dat is persoonlijk hoor. Ik vind het ook leuk omdat het zich op één locatie afspeelt allemaal. Dat maakt projecten soms best wel complex, omdat je met verschillende onderaannemers en disciplines op een heel klein stukje tegelijkertijd bezig bent en dat onder een best hoge tijdsdruk. Dan is het vaak een puzzel van hoe je dat veilig en efficiënt gaat uitvoeren. Dat vind ik interessant. En bij bouwprojecten kan ik me altijd iets voorstellen. Bijvoorbeeld als ik dan met een school bezig ben, dan zie ik al voor me hoe – als het allemaal klaar is – die kinderen dan door die school heen lopen. En op een luchthaven hoe dan al die mensen door de vertrekhal gaan op weg naar een buitenlandse bestemming. Er zit dus vaak ook nog een leuk verhaal achter, wat het in mijn ogen een extra dimensie geeft. Ik heb bouwprojecten ook goed leren kennen door veel sloopprojecten te doen. Daarbij bouw je eigenlijk omgekeerd. Hierdoor leerde ik ook wat er met een gebouw allemaal nog mogelijk is op het moment dat je het afbreekt. En daar ben je ook weer op één locatie bezig met één object. Dat geeft focus.”

 Wat maakt utiliteit anders dan andere sectoren?
“Als je kijkt naar bijvoorbeeld duurzaamheid, dat moet je op een hele andere manier invullen dan hoe je dat doet bij infra of groen. In die sectoren gaat duurzaamheid al snel over de duurzame inzet van materieel. Bij bouw kun je iets uitgebreider stilstaan bij wat voor materialen je inzet, of het gerecycled is, of het lang meegaat en of hoe het later hergebruikt kan worden, bijvoorbeeld met een materialenpaspoort. Je kunt vervolgens ook nog nadenken over hoe een gebouw zo zuinig mogelijk gaat zijn tijdens het gebruik; je kunt het gedrag van de gebruiker van het gebouw zelfs beïnvloeden, bijvoorbeeld met een gebruiks- of onderhoudsadvies, waarin je beschrijft hoe men de installaties moet inzetten om het gebouw zo zuinig en dus duurzaam mogelijk te laten functioneren. Gebouwen kunnen zelfs energie opwekken, dat zie je steeds vaker. Bij een weg is dat net een stukje lastiger. Wat betreft duurzaamheid gaat de utiliteitsbouw dus net een slag dieper dan in de andere sectoren. En de beoordelingscommissie is vaak anders samengesteld. Opdrachtgevers in deze sector zijn vaker private partijen – wat commerciëler, met iets minder technische kennis – die dan een technische partij inhuren om samen de plannen te beoordelen of de leidraad op te stellen. Dan moet je de lezer op meerdere vlakken proberen te prikkelen; commercieel en technisch.”

Hoe verschillen EMVI-criteria in de utiliteit meestal van andere sectoren?
“Wat ik al zei, duurzaamheid is vaak meer dan alleen CO2-uitstoot beperken. Daarnaast zie je in de utiliteit vaker design- of ontwerpcriteria dan in andere sectoren. Daarmee samenhangend kom je ‘de omgang met wijzigingen vanuit opdrachtgevers/gebruikers’ ook vaker tegen als criterium, omdat zij vaak hele specifieke en vooral hele veranderlijke wensen hebben wat betreft hun gebouw. De contractvormen zijn ook verschillend. Bij infra zie je veel meer RAW dan bij bouw, wat meestal UAV-GC is of een vorm van Design&Construct. Deze contractvormen vragen een andere houding van de aannemer. Je moet echt zelf je kwaliteit aantonen, relatief veel kennis en ervaring inbrengen en vaak ook intensiever samenwerken met een opdrachtgever. En ‘risicobeheersing’ wordt in alle sectoren wel uitgevraagd, maar het antwoord waar de opdrachtgever van de utiliteitsbouw naar op zoek is, is vaak anders dan bij bijvoorbeeld infra: daar is tijd vaak een belangrijke factor vanwege de beschikbaarheid van wegen en bij utiliteit speelt kwaliteit en veiligheid vaak een grotere rol vanwege het ontwerpaspect, het eindbeeld, het imago enzovoort. Overigens is de achterliggende vraag bij ‘risicobeheersing’ naar mijn ervaring vaak ook anders: de opdrachtgever vraagt eigenlijk “hoeveel verantwoordelijkheid ben je bereid te nemen voor het ontwerp of in het project?” En dat is voor veel aannemers een lastige vraag.”

Hoe ga je daarmee om?
“Nou, door die achterliggende vraag vooral niet te negeren. Kijk, sommige projectrisico’s zijn heel zwart/wit te definiëren en weg te leggen bij de opdrachtgever dan wel de opdrachtnemer. Die beschrijf je gewoon rechttoe rechtaan met bijbehorende beheersmaatregelen. Maar ook, en juist, die wat vagere en gevoeligere risico’s moet je specifiek benoemen. Én daarbij heel duidelijk maken wat jij als aannemer doet om het risico te minimaliseren. En met duidelijk bedoel ik; geen suggesties, geen voorbehouden, maar concrete, realistische beloftes en – ja hoor, daar zal je ze hebben – SMART maatregelen. Misschien kun/wil je het risico niet volledig op je nemen, maar geef in ieder geval aan wat je wél kunt doen om de opdrachtgever tegemoet te komen en enigszins gerust te stellen. Stel je zo coöperatief mogelijk op, binnen de range aan mogelijkheden die jij als aannemer hebt. Juist bij die “grijze gebieden” ligt vaak de kernzorg van een opdrachtgever, daar mag je gewoon niet aan voorbijgaan. Die kernzorg is dé aanleiding voor een goede projectstrategie en daarmee voor alle beheersmaatregelen die je inzet.”

Wat maakt een utiliteitsbouwtender anders dan een andere tender?
“In een utiliteitsbouwaanbesteding zit vaak een multidisciplinaire insteek. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar een stukje samenwerking met onderaannemers, een integrale planning of de bouwplaatslogistiek. Partijen die een belangrijke rol spelen in de uitvoering, worden daarom vaak al bij de tender betrokken. Dan krijg je een hele andere tenderdynamiek. Dan zit je dus niet als enige externe partij bij de aannemer, maar ook met de partners waar die aannemer het werk mee uit gaat voeren. Ik vind het heel leuk om dat samenspel te zien. Het geeft bijvoorbeeld interessante knelpunten voor de planning of de fasering. En daarbij is altijd zo’n gezonde strijd tussen de verschillende disciplines. Dat vind ik gewoon mooi om te zien. Vooral natuurlijk omdat ze het uiteindelijk toch samen én al in zo’n vroeg stadium oplossen.”

Wat is jouw rol in die tenderdynamiek?
“Ik verzamel de benodigde informatie bij de specialisten en breng dat samen tot één verhaal. Daarbij probeer ik altijd vroeg de vinger op de zere plek te leggen; ‘wat is er nou zo uitdagend aan dit project?’ of ‘wat is er dan zo goed aan onze aanpak?’. En daarna bepalen we met het hele team een strategie voor het EMVI-plan. Dus hoe gaan we het nou samen aanvliegen? Tijdens de tender krijgen mensen vaak allerlei nieuwe inzichten; misschien toch maar linksom of rechtsom of zelfs achterstevoren. Ik ben er dan om die partijen te herinneren aan de strategie die we hebben liggen. Willen we daarmee door of hebben we een heel goed argument om een andere weg in te slaan? En dan denkt iedereen: “Oh ja, we waren bezig met een EMVI-plan”. Dus zijn ze weer wakker geschud en gaan we verder op de route die we samen hadden uitgestippeld.”

Wat is jouw specialiteit in de utiliteit?
“De vertaalslag maken naar een lezer, die niet bij de tender betrokken was, maar het eindresultaat wel in één keer moet begrijpen en zich erdoor aangesproken moet voelen. Dat is soms best moeilijk, want er gaan zóveel specialistische en technische overwegingen schuil achter een EMVI-plan. Dat is nauwelijks te bevatten in een paar A4-tjes. Maar ik denk dat ik daar wel goed in ben, die vertaalslag maken. En ik vind het leuk om het verhaal uiteindelijk in een leuk thema te gieten, dat dan bijvoorbeeld gekoppeld is aan de uiteindelijke bestemming van het project.”

Welke meerwaarde biedt ITC Groep in de utiliteit?
“We hebben heel veel kennis opgedaan in andere sectoren, zoals infra en groen. Dat gebruiken we ook in de utiliteit. Maar dat gaat natuurlijk over en weer, je hebt een soort van kruisbestuiving. De meerwaarde die ITC Groep biedt verschilt in mijn ogen niet heel erg per type tender. De meerwaarde die we over het algemeen bieden is dat wij een plan van aanpak beschrijven vanuit een heel goed begrip van de klantvraag. Aannemers gaan daar door hun enthousiasme over de techniek soms te snel aan voorbij. Wij beginnen nooit meteen met een oplossing, maar analyseren eerst de klantvraag heel grondig en bepalen een bijpassende strategie. Pas daarna praten we over oplossingen en maatregelen. Tijdens een tender brengen we mensen ook steeds terug naar de strategie. Dit geeft focus aan de tender en het uiteindelijke plan. Zo kom je gewoon overtuigender over op een opdrachtgever. Met onze aanpak geven we ook meer waarde aan de oplossingen van een aannemer; we schrijven niet op wat we allemaal kunnen, maar we bieden gerichte oplossingen voor een specifiek probleem. En wij zijn heel creatief, vind ik. We gieten een EMVI-plan bijvoorbeeld in een bepaald concept of we geven er een leuke draai aan qua vormgeving. Een van onze collega’s kan geweldig 3d-tekenen. Dat staat natuurlijk supermooi in een EMVI-plan voor de utiliteitsbouw. Verder geven wij ook nog interviewtrainingen aan aannemers. Interviews komen namelijk regelmatig voor bij utiliteitsbouwtenders. Dan kan het projectteam haar verhaal oefenen in een bekende omgeving en staan ze later met meer zelfvertrouwen voor de opdrachtgever. Dat werkt.”

Waarom geeft ITC Groep interviewtrainingen?
“Opdrachtgevers willen weten met wie ze te maken krijgen. Vooral bij bouwprojecten, omdat je daar vaak lang en intensief samenwerkt met de opdrachtgever. En omdat de wensen van opdrachtgevers en gebruikers wat betreft de utiliteitsbouw vaak heel specifiek en veranderlijk zijn; daar moet je als team van de aannemer mee om kunnen gaan. Hoe klantgericht ga je daarmee om? En natuurlijk ook: hoe deskundig en vaardig is dat projectteam van de aannemer. Ik denk dat opdrachtgevers dat tijdens zo’n interview te weten willen komen. Zo’n interview is dus nog best een dingetje en ook best spannend voor zo’n projectteam. Daarom helpen wij zo’n team daarmee.  Zo’n interviewtraining bestaat uit meerdere delen: we doen eerst een stukje overdracht van het EMVI-plan naar het projectteam. Wij vertellen wat we hebben opgeschreven en vooral ook waarom. Daar maken we een leuk overdrachtsmiddagje van. Daarna krijgt het projectteam een paar dagen om zich verder te verdiepen in het project en zich het EMVI-plan ‘eigen te maken’. Daarna vragen we hen om hun vertaal aan ons te presenteren. Wij stellen kritische vragen en helpen ze met het formuleren van goede antwoorden. Tussendoor geven we feedback en tips. Dit herhalen we een aantal keer, zodat ze de tips gelijk kunnen oefenen en toepassen. En we voelen ze echt wel even stevig aan de tand, want opdrachtgevers gaan ook gewoon hele kritische vragen stellen. Wij weten precies waar de sterktes en zwaktes liggen, dus daar gaan we dan even extra op in. Dat is soms moeilijk, maar het zorgt er wel voor dat zo’n team er echt stáát bij zo’n interview.”

 Tot slot, waar kunnen geïnteresseerden terecht voor ondersteuning op utiliteitstenders?

“Daarvoor mogen ze mij natuurlijk altijd bellen of mailen (06 – 28 29 63 45, stephana@itc-groep.nl).”

 Bedankt Stephana!